In het hart van de Kempen
Het is het jaar des Heren 1267. In het hart van de uitgestrekte Kempen, tussen eindeloze bossen, heidevelden en kronkelende paden, werd een kleine maar toegewijde broederschap opgericht. Zij noemden zichzelf De Koorknaapjes: een geheim collectief van mannen dat zijn leven wijdde aan drie dingen. Het geloof in Jezus Christus, het vieren van vreugde, en het omarmen van ondeugd zonder de kern van hun geloof te verliezen.
De legende vertelt dat de broederschap ontstond uit een visioen van een jonge monnik, Bernardus. In een eenzame nacht in de abdij van Tongerlo verscheen hem een lichtend Lam, omringd door leeuwen met vurige ogen.
“Mijn kudde verdwaalt in duisternis. Maar gij, Bernardus, zult een gemeenschap stichten die vreugdevol mijn licht draagt, zelfs in tijden van chaos en zonde. Vier het leven, wees trouw aan elkaar, en breng mijn boodschap in daden, niet alleen in woorden.”
Bernardus wist dat zijn roeping niet bedoeld was voor de vrome stilte van het klooster, maar voor de wereld buiten de muren. Samen met twee trouwe vrienden, de ridder Johannes en de dorpssmid Matthias, verliet hij de abdij. Zij zwoeren een eed: broeders te zijn, met harten zo sterk als leeuwen en zielen gericht op het Lam.